Historie 2CV

Al in de jaren dertig van de vorige eeuw bedacht André Citroën dat er een zuinige, betrouwbare auto moest worden ontwikkeld met veel comfort waar een man van twee meter op het platteland in moest kunnen rijden met een mandje eieren. Het resulteerde in de iconische Citroën 2CV (Deux Chevaux) die het Franse platteland mobiel moest maken en economisch versterken. Na introductie in 1948 kreeg de auto – die direct de bijnaam Lelijk Eendje kreeg – al vrij snel een cultstatus en werd de auto ook populair in (binnen-)steden en bij allerlei bevolkingsgroepen, waaronder studenten. Hoe de geschiedenis van ontwikkeling tot heden er uit zag van dit iconische voertuig lees je hieronder.

Toute Petite Voiture

Na de vroegtijdige dood van André Citroën in 1935 werd het bedrijf overgenomen door bandenfabrikant Michelin. De nieuwe leiding van Citroën besloot om het idee van André Citroën voor een kleine, die geschikt voor het ruige Franse platteland, verder uit te werken. Het project kreeg als naam: TPV, oftewel Toute Petite Voiture. Projectleider en stuwende kracht Pierre-Jules Boulanger omschreef het doel als ‘een paraplu op vier wielen’. Bij het team dat de 2CV ontwikkelde behoorde ook de befaamde ontwerper Flaminio Bertoni die het hele ontwerp voor zijn rekening nam en later ook verantwoordelijk zou zijn voor iconen als de Traction Avant en ID/DS. Hij werd terzijde gestaan door constructeur André Lefèbvre.

Op basis van landelijk marktonderzoek werden prijs, snelheid en capaciteit bepaald. Er werd besloten dat het een voertuig moest worden dat twee boeren met 50 kilogram aardappelen kon vervoeren of een vat met 50 liter wijn. Ook gaat het verhaal dat het de mogelijkheid moest bieden om een schaap in de auto mee te nemen. De auto moest hierbij zo comfortabel zijn dat eieren in een mand niet zouden breken wanneer de auto over een stuk omgeploegd land zou rijden. Overige eisen waren dat de auto vooral zuinig, betrouwbaar, goedkoop en eenvoudig te bedienen moest zijn: een boerin moest ermee naar de markt kunnen rijden. Ook moest de boer, met zijn zondagse hoed op, er in passen zodat hij per auto naar de kerk kon. Het uiterlijk van de wagen werd niet belangrijk geacht.

Oorspronkelijk plaatste men uit besparingsoverwegingen slechts één koplamp. Nadat echter een prototype tijdens een proefrit werd aangereden, omdat de tegenligger dacht met een motorfiets te maken te hebben, werd het model wél voorzien van twee koplampen.

Tweede Wereldoorlog

Er werd een auto ontwikkeld die aan het merendeel van die eisen voldeed. Op 23 augustus 1939 werd de legende geboren en officieel gehomologeerd bij de dienst der Mijnen, onder de naam 2 CV A. Citroën had gedurende drie jaar 250 voorserie-exemplaren van het prototype gebouwd en was klaar om deze te verkopen. Het plan was een prototype van de auto te presenteren op de Salon d’Automobile van oktober 1939, maar op op 3 september 1939 verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk en werd de Salon afgelast. Het gros van de auto’s werd bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vernietigend of verstopt.

Presentatie aan pers en publiek in 1948

Na de oorlog werd het ontwerp grondig doorontwikkeld tot de vorm zoals die tot het einde van de productie in 1990 behield. Op 23 maart 1948 werd de 2CV dan eindelijk aan aan pers en publiek voorgesteld op de Salon de Paris. Een journalist zou hebben geroepen: “De zwaan heeft een lelijk eendje voortgebracht”, verwijzend naar de zwaan die Citroën toen nog in het logo had. De bijnaam Lelijk Eendje is in Nederland sinds die tijd een geuzennaam. Ook in andere landen kreeg de 2CV bijnamen, als: Geit (Vlaanderen), Ente (Duitsland), Tinsnail (UK).

De officiële naam 2CV staat uitgeschreven voor: deux chevaux vapeurs. Letterlijk vertaald betekent het: twee paardenkrachten. Het ‘2pk’ slaat op de Franse wegenbelastingklasse waarin deze auto zou vallen en niet op het motorvermogen (de eerste generatie 2CV’s had een 9pk-motor). Vergelijk het met andere Franse auto’s, zoals de Peugeot 3CV uit 1899 en de Renault 4CV uit 1947.

Voor boeren, huisartsen en kunstenaars

De 2CV werd in het begin van de productie voornamelijk aan boeren (primaire doelgroep), zorgverleners als huisartsen en bekende Franse kunstenaars (gratis reclame) geleverd. De Franse plattelanders waren direct enthousiast, wat de wachttijd liet oplopen tot drie jaar. Nederland was in 1952 het eerste exportland voor de 2CV. De wagen werd hier in het begin echter slecht verkocht, waarschijnlijk vanwege het uiterlijk. Latere versies werden, net als elders in Europa, tot cultvoertuigen. De (Lelijke) Eend mag zich scharen tussen automobiele iconen als de Volkswagen Kever, de Morris Minor, de Mini en de Fiat 500.

Citroen_2CV_4x4_2De Sahara

De 2CV 4×4 Sahara, later 2CV Bimoteur genoemd (1958-1970), had achterin een extra motor met versnellingsbak, die andersom gemonteerd was. Met een schakelpook tussen de voorstoelen werden beide versnellingsbakken gelijktijdig bediend. Voor de beide motoren waren afzonderlijke benzinetanks onder de voorstoelen en twee contactsloten voorzien. Het reservewiel was voor op de motorkap bevestigd. De auto beschikte dankzij de inschakelbare vierwielaandrijving over een enorme terreinvaardigheid, maar wel voor de dubbele prijs van de standaard-Eend. Er werden slechts 694 exemplaren van gebouwd. Vele werden door de Schweizer Post als bestelwagen gebruikt. Tegenwoordig zijn het gevraagde oldtimers.

Tweede auto

Tegenwoordig is de Lelijke Eend populair als tweede auto. Aangezien nog slechts circa 8500 2CV’s in Nederland operationeel zijn, is de prijs voor een perfect bewaard of gerestaureerd exemplaar gestegen naar rond de € 15.000. Onderdelen zijn echter relatief goedkoop en vanwege het lage gewicht (560 kg) is de motorrijtuigenbelasting laag of vanwege de leeftijd niet verplicht. Onderdelen zijn goed verkrijgbaar en vaak zelfs beter dan origineel. In de 2CV Club Nederland is een ruim magazijn aanwezig met gebruikte en nieuwe onderdelen.

De discussie over de toekomst van fossiele brandstoffen heeft ook de oldtimerwereld bereikt. In de eerste plaats gaat de discussie over de verkrijgbaarheid van benzines zonder ethanol. Maar ook het verminderen van de uitstoot is een onderwerp; zo zijn er al 2CV’s die zijn omgebouwd naar een elektrisch voertuig. Hierbij gaat het klassieke tweecilinder-geluid verloren, wat bij liefhebbers weer een andere discussie oplevert. Het blijft zoeken naar hoe de vloot Lelijke Eendjes, Dyanes, Mehari’s en andere A-typen ook in de toekomst onze wegen kunnen opvrolijken.